Quercus robur

Nederlands:
Zomereik
Français:
Chêne pédonculé
English:
Pedunculate oak
Deutsch:
Stiel-Eiche
Familie:
Fagaceae
Areaal
Europa, behalve Midden- en Zuid-Spanje en Noord-Scandinavië; Kaukasus; Zuidwest-Azië; Noord-Afrika
Type
Loofboom
Groenblijvend of Blad-/naaldverliezend
Blad-/naaldverliezend
Boomgrootte
1e grootte A of Vormboom

25-30 m

  
Groeisnelheid
Snel Gemiddeld Traag
     
Bewortelingstype
Eerder diepwortelend Eerder vlakwortelend
   
Kroonvorm
Rond

Knoestige, sterk vertakkende boom met een brede ronde en min of meer onregelmatige kroon.

Kroonbreedte
< 3 meter 3-5 meter 5-10 meter 10-15 meter > 15 meter
         
Kroondichtheid
Dichte kroon,
donkere schaduw
Half open kroon Open kroon,
lichte schaduw
     
   
Onderscheidende determinatiekenmerken
- variabel, ondiep gelobd blad (5 - 14 cm), zittend (niet gesteeld), 3 - 5 paar stompe lobben, vaak dicht opeengehoopt aan de twijguiteinden
- gesteelde eikel
Onderscheid met Quercus petraea:
- ongesteeld, zittend blad, gesteelde eikels
- lobben variabel
- loopt twee weken vroeger uit

Er bestaat een natuurlijke hybride tussen zomer- en wintereik: Quercus x rosacea Bechst. (of Q. x hybrida Bechst.). Deze is zeer variabel en vertoont kenmerken van beide ouders. De hybride komt in het wild samen met de ouders voor.